Sri Lanka, droomeiland in de Indische Oceaan

Sri Lanka, droomeiland in de Indische Oceaan

Een rondreis door het wonder van Azië

Vorig artikel Volgend artikel
Ik at er de lekkerste curry’s ooit. Ik nam er nachtelijke duiken in de warme oceaan en badderde met olifanten. Ik maakte er lange wandelingen door historische tempels, reisde per trein door de theevelden en werd er smoorverliefd op de bevolking. Sri Lanka, het wonder van Azië.
- Noortje Deutekom

In de verte, midden in de Indische oceaan, duikt Sri Lanka op. Het smaragdgroene eiland, voor de zuidkust van India is ongeveer zo groot als Nederland en België bij elkaar. Het herbergt regenwouden, rijst- en theevelden, jungles en stranden. Door mijn vliegtuigraampje zie ik de ruizende palmbomen aan de kust. Ik zie de kleine autootjes die door elkaar krioelen op de smalle wegen van hoofdstad Colombo. Het ziet er chaotisch uit.

En een chaos, dat blijkt het inderdaad te zijn. De eerste keer op de weg in Sri Lanka schrik ik me kapot. Op de wegen van de hoofdstad Colombo is het een zootje. Scooters, fietsers, tuktuk’s, personenauto’s, bussen en vrachtwagens; alles rijdt door elkaar. Met z’n drieën naast elkaar op de weg, inhalen in de bocht, bumperkleven en onophoudelijk getoeter. Wie er niet in meegaat, wie niet snel en behendig is, komt niet vooruit. Ik ruik de diesel en de uitlaatgassen. Af en toe passeert er een gezin. Met z’n allen op een brommer, de baby voorop. Of er zit een hele familie in een tuktuk gepropt. Buspassagiers stappen midden op de weg uit als de chauffeur even voor het rode stoplicht staat te wachten. Gelukkig hoef ikzelf niet te rijden. Ik heb een gids geboekt die gewend is aan het verkeer. En gek genoeg went het allemaal snel: na een paar uur kijk ik nergens meer vanop.

Badderen met de olifanten van Pinnawela

Ik ben onderweg naar het olifantenweeshuis Pinnawela, een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van het land. Het reservaat ligt in het midden van Sri Lanka en vangt zo’n veertig olifanten op. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal. De een is verstoten door familie, de ander is gewond geraakt in de burgeroorlog. De reis naar het weeshuis duurt lang. Het is altijd druk op de wegen van Sri Lanka en er is maar een snelweg. Bijna alle ritten gaan dus binnendoor. Het reservaat waar ik naartoe ga, ligt op zo’n 85 kilometer van de hoofdstad Colombo. Over dat kleine stukje doen we al zo’n 2,5 uur.

Het olifantenweeshuis blijkt minder indrukwekkend dan ik had gehoopt. Ik zie olifanten in kooien en onvriendelijke verzorgers. Het park is ongezellig en bovendien heel toeristisch. Toch is de lange rit naar Pinnawela niet voor niets geweest: het hoogtepunt moet nog komen.

Iedere dag mogen de olifanten een paar uur badderen in de Maha Oya rivier. Rond 2 uur ’s middags sjokt de hele kudde over straat richting het water. De verzorgers houden de beesten schreeuwend bij elkaar. Al snel staat de Maha Oya vol met olifanten. Het zijn er tientallen. Groot en klein. Ze spelen met elkaar en nemen een uitgebreide duik. Ik ben op het terras van het Hotel Elephant Park gaan zitten. Vanaf daar kan ik alles zien gebeuren. Het is waanzinnig: ik lunch terwijl ik uitzicht heb op een kudde spelende olifanten.

olifanten-weeshuis-sri-lanka
De olifanten van olifantenweeshuis Pinnawela gaan even lekker badderen
olifanten-sri-lanka- d
Playtime!

Het fort in de lucht

Een lange eerste reisdag zit erop. Ik ben doorgereden naar Sigiriya. In deze regio ligt de historische rots vesting van Sri Lanka. Mijn locatie deze nacht is Hotel Sigiriya dat op een prachtige plek is gebouwd. Als ik een duik neem in het zwembad heb ik uitzicht op het hoogtepunt van deze plaats: Lion Rock. De Sri Lankanen noemen de rots ook wel ‘het fort in de lucht’. Een klim naar de top staat morgenochtend op het programma. Nu is het eerst tijd voor een heerlijk diner met lokale gerechten. Die avond eet ik de lekkerste curry’s die ik ooit heb gehad. De kok van het hotel komt zijn verse garnalen aan tafel flamberen in rum. Er staan schalen vol vers fruit en groenten. De lokale liveband maakt de avond compleet.

Lion Rock for breakfast

Het is zes uur als de wekker gaat: Lion Rock wacht. Vroeg op de dag is de rots op z’n allermooist door de warme goudgele gloed van de ochtendzon. Bovendien zijn er op dit tijdstip nauwelijks andere toeristen te bekennen, heeft mijn gids me verzekerd. En inderdaad, als ik een uurtje later onderaan de rots sta, ben ik bijna helemaal alleen.

De eerste verhalen over deze plek zijn zo’n 1600 jaar oud. De koning uit die tijd, koning Kassapa, liet zijn paleis bovenop de top van Lion Rock bouwen, op zo’n 200 meter. Om daar te komen moet ik de tientallen steile trappen van de rots beklimmen. Tijdens mijn klim kom ik langs fresco’s uit de tijd van de koning. Een klein aantal is bewaard gebleven. Maar Kassapa’s belangrijkste nalatenschap is helaas grotendeels vernietigd: de reusachtige poort in de vorm van een leeuw, waarnaar deze plek is vernoemd. De koning liet het beest uit de stenen hakken. Nu zijn alleen de twee voorpoten nog over.

Sigiriya is door Unesco bestempeld als World Heritage Site. En als ik na een uurtje klimmen boven kom, begrijp ik waarom: vanaf hier heb ik een fantastisch uitzicht over het hele complex. Ik zie de paleistuinen beneden, de terrassen en de grachten die de koning liet graven. Van zijn paleis op de top is weinig overgebleven, maar er staan nog delen van de oude muren en de koningstroon.

Ik geniet een tijdje van het uitzicht en ga dan terug naar beneden. Onderweg kom ik de eerste groepen toeristen tegen: wat een geluk om deze bijzondere plaats bijna voor mij alleen te hebben gehad.

sigiriya_lion_rock
Lion Rock in de vroege morgen
sigiriya_lion_rock_uitzicht
Genieten van het uitzicht!
lion_rock_poot
Alleen de voorpoten zijn nog over

De tand van Boeddha

Voor boeddhisten is het de heiligste plek van Sri Lanka: de Temple of Sacred Tooth. Hier ligt de tand van Boeddha. Ik ben doorgereisd naar de stad Kandy in het midden van het land, 100 kilometer onder Sigiriya.

Als ik door de razend drukke straten van de stad Kandy loop, kan ik me nauwelijks voorstellen dat achter de muren van de heilige tempel een andere wereld verborgen ligt. Maar als ik naar binnen ga, beland ik in een totaal andere omgeving. Hier is het stil, sereen. Er hangt een spirituele sfeer. Honderden Sri Lankanen lopen zwijgend in groepjes over de binnenplaats. Velen zijn in het wit gekleed. Ze zijn gekomen om te bidden en hun spirituele leider om hulp te vragen. Ze brengen wierrook en lotusbloemen mee om Boeddha te eren. Met gesloten ogen staan de mensen voor het altaar waar de tand zou liggen. De tand zelf is niet te zien. Het zit verstopt in zeven doosjes. Ieder doosje weer iets kleiner.

Wandelend door de tempel valt het me opnieuw op hoe ontzettend vriendelijk Sri Lankanen zijn. Nog nooit heb ik zulke lieve mensen ontmoet. Niemand vindt het erg dat ik foto’s maak. Veel mensen zijn nieuwsgierig, fluisterend vragen ze waar ik vandaan komt. Kinderen poseren geduldig en hun ouders bedanken mij achteraf. Ze glimlachen breed als ik contact met ze maak. Zelfs de gladgeschoren monniken in oranje habijten willen graag op de foto. Niemand zeurt om geld, hoe slecht sommigen het ook hebben. Zoveel hartelijke mensen bij elkaar, ik ben ervan onder de indruk. Ik neem dus uitgebreid de tijd om de tempel te bekijken en om rond te hangen tussen de locals. Ik geniet van de rust, de stilte. Ik kijk mijn ogen uit en vergeet heel even waar ik ben.

sri_lanka_temple_of_the_tooth
Temple of Sacred Tooth
temple_of_the_tooth_sri_lanka
Monniken bij the Temple of the Sacred Tooth
temple_of_the_tooth_bloemen
Sri Lankanen komen om te bidden

Met de trein naar Little England

Het is tijd voor het hoogtepunt van mijn trip. Hier heb ik zo naar uitgekeken: een treinreis door de theevelden. Ik stap op de trein in Kandy. In de eerste klas zitten de toeristen, is er airco en is het lekker rustig. Het kan soms behoorlijk druk zijn in de trein en het is daarom geen slecht idee om duurdere kaartjes te kopen. Maar als je het echte Sri Lanka wilt ervaren ga dan in de tweede of derde klas zitten. Daar zitten de meeste locals.

De trein brengt me naar Nuwara Eliya, het ‘Little England’ van centraal Sri Lanka. Het is een van de mooiste plekken van het land. De stad is gesticht door de Britten in de 19de eeuw. En helaas is ook het klimaat er Brits. Hoe dichter ik bij Nuwara Eliya kom, hoe kouder het wordt. De regio ligt hoog en is de koudste plek van het eiland. Was het in Kandy nog 31 graden, straks moet ik een trui aan en heb ik een paraplu nodig. Overdag is het in het gebied gemiddeld 20 graden, maar ’s nachts is het zo’n 10 graden koeler. Soms kan het zelfs vriezen in dit deel van de tropen.

Ik hang de hele treinreis in de openstaande deuren van de trein, naast de conducteur. Buiten is zoveel te zien wat ik niet wil missen. Rustig rijdt de trein door het groene landschap. Doordat de machinist weinig snelheid maakt, heb ik alle tijd om foto’s te maken en om me heen te kijken. Groepjes schoolkinderen staan vrolijk te zwaaien als de trein passeert. Af en toe klimt er een verkoper aan boord met een mand vol verse mango’s en papaja’s die hij aan de passagiers probeert te slijten. We passeren bergen, valleien, watervallen. In de verte zie ik de rijstvelden liggen. In de theevelden staan groepen vrouwen in gekleurde kleding de theeblaadjes te plukken.

Na een treinreis van vier uur kom ik aan in Nuwara Eliya. In de verte heb ik de prachtige theeplantages al zien liggen en nu is het tijd om er een te bezoeken. In de regio liggen kilometers aan velden vol thee. Ze zijn het eigendom van duizenden verschillende ondernemers. Een keer in de vier dagen moet een theeboom geplukt worden. Het zijn de Sri Lankaanse vrouwen die dat doen. Het miezert. Toch gaat het werk op de theeplantages gewoon door. De plukkers staan op hun blote voeten in de velden. Op hun rug hangt een net waarin ze de thee stoppen. De blaadjes zijn prachtig groen, met dank aan het vochtige klimaat hier. Aan het eind van de dag gaat de oogst naar een van de 630 fabrieken in de regio. Op de kleine markten van de stad is de thee vervolgens voor een prikkie te koop. Een blikje losse thee van het beroemde merk Dilmah kost bijvoorbeeld nog geen 450 Sri Lankaanse roepie, zo’n 2,50 euro. Voor ik het weet zit mijn koffer vol met leuke souvenirs is allerlei variaties en smaken.

Sri Lanka

Een foto die is geplaatst door Noortje (@noortjedeutekom) op

trein-kandy-sri-lanka
Klaar voor een treinreis door de theevelden
trein_sri_lanka
Let's go!
trein_sri_lanka_kinderen
Kinderen zwaaien naar de trein
trein_sri_lanka_theevelden
Uitzicht op de indrukwekkende theevelden
sri_lanka_theevelden
De theeplantages van Nuwara Elyia
Nuwara_Eliya
Sri Lankaanse vrouwen aan het werk in de theeplantage

Stukje Nederland op Sri Lanka

Van klein Engeland, naar klein Nederland. Ik laat de kou achter me en rijd via de heuvels naar Galle, aan de zuidkust van het eiland. Deze plaats is voor Nederlandse reizigers op Sri Lanka een onmisbare bestemming, want in de 17de en 18de eeuw was deze plaats in handen van Hollanders. Op naar het Nederland van Sri Lanka dus!

Zes uur heb ik in de auto gezeten als ik aankom bij de zuidkust. Een zoute wind slaat in mijn gezicht. De geur van de zee, een scherpe zon. Er is maar weinig dat hier doet herinneren aan de ellende van 2004. Een enorme tsunami verwoeste toen een groot deel van de kustregio. Ook Galle, waar ik ben, dreigde slachtoffer te worden. Maar de historische wijk van Galle werd gespaard met dank aan de het Nederlandse fort dat de VOC hier in 1663 bouwde. Ik zie de vestingmuren van het fort aan de rand van de oceaan liggen. De golfen beuken ertegenaan. Nog steeds houden ze het wilde water tegen. Net als toen, in 2004.

Een wandeling door Galle is een wandeling door de Nederlandse geschiedenis. Ik zie van alles uit de tijd van de overheersing. De Hollanders kwamen hier in 1640. Ze veroverden de strategisch interessante plek op de Portugezen, maar moesten het in 1796 afstaan aan de Britten. De meeste gebouwen in de oude wijk komen uit de Hollandse tijd. Zoals de hervormde kerk, met een Nederlands orgel en grafstenen. Ik wandel door de Lijnbaanstraat. En achternamen die we allemaal kennen worden nog steeds gebruikt: Zwart, Akesloot en Aeloes. Ik slenter een paar uur door de straatjes en waai uit aan het water. Galle is een heerlijke energieke plek met fijne terrasjes en leuke winkeltjes. Een klein stukje Nederland midden in de Indische Oceaan. Het blijft bijzonder.

Uitrusten aan zee

Mijn reis zit er bijna op. Ik verblijf nog een dag aan zee en voordat ik terugvlieg naar Nederland wil ik nog een ding zien: de vismarkt van Negombo. De badplaats ligt vlakbij het vliegveld van Colombo aan de westkust en is daarom een ideale eindbestemming.

De bijnaam van Negombo is ‘Little Rome’, vanwege de vele christelijke kerken die hier staan. Bijna twee derde van de bevolking hangt het boeddhistische geloof aan, maar de rest is christen of moslim. In deze kuststad is de visserij de belangrijkste inkomstenbron. Ik heb geluk. De zee is vandaag te ruig en de vissers zijn daarom allemaal aan wal gebleven. Normaal gesproken blijven ze de hele nacht op het water en komen ze pas heel vroeg in de ochtend terug aan land. Vandaag zijn ze aan het werk op de kade. Vissermannen sorteren hun vangst, schrobben de boten, halen visnetten uit de knoop. De geur is niet te harden. De verse vis ligt in de buitenlucht, onder de hete zon. Zwarte raven cirkelen boven de boten en maken een oorverdovende herrie. Af en toe gaan ze er met een verse vis vandoor. Kinderen lopen door het vuil. In een klein schuurtje aan het water slacht een jongen een varken. De vissers laten trots hun vangst zien. Ik word uitgenodigd voor een boottochtje de volgende dag, maar helaas, mijn reis zit er bijna op.

De rest van de dag rust ik uit aan het strand van Negombo. In het Jetwing Beach hotel ga ik aan het strand liggen, drink ik cocktails en doe ik de rest van de dag helemaal niets. Mijn favoriete manier om een intensieve trip af te sluiten. Ik heb lange dagen gereisd, de mooiste dingen gezien, de liefste mensen gesproken. Het is tijd om naar huis te gaan en dit droomeiland achter me te laten. Een koffer vol souvenirs en een hoofd vol prachtige herinneringen.

galle_sri_lanka
Galle, een stukje 'Nederland' op Sri Lanka
sri_lanka_galle
De oude vestingmuren in Galle staan nog overeind
negombo_sri_lanka_vismarkt
De vismarkt van Negombo
negombo_sri_lanka
Vissers zijn aan het werk op de kade
vis_negombo_sri_lanka
Verse vis!

Vliegen naar Sri Lanka

Op dit moment moet je nog overstappen wanneer je naar Sri Lanka vliegt, maar vanaf het najaar gaat daar verandering in komen. Boek je dan een vakantie naar Sri Lanka via Corendon, dan kun je rechtstreeks naar Colombo vliegen. Daarvoor is Corendon met KLM een samenwerking aangegaan. Er wordt vanaf eind oktober twee keer per week non-stop gevlogen. En dat is echt een aanrader, want een rondreis door het wonder van Azië is een echte droomreis!
Noortje Deutekom

Noortje is freelance journalist en is gek op wereldnieuws. Nog liever dan verhalen maken over het buitenland gaat ze er zelf naartoe. Het leukste van reizen...

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies