Midden in de Franse Alpen ligt een bergdorp waar je het echte Frankrijk vindt. Geen grote hotels of moderne appartementencomplexen, maar eeuwenoude stenen huizen, gezellige pleintjes en smalle straatjes. Samoëns is een plek waar je de charme van de Franse bergen voelt. Wij waren er in de herfst, wanneer de bomen het mooist kleuren en het er heerlijk rustig is. Misschien ken je Samoëns als wintersportbestemming, maar ook in de andere seizoenen is hier veel moois te ontdekken.
Samoëns ligt in de Haute Savoie, niet ver van de grens met Zwitserland. De snelste manier om er te komen is met een vlucht naar Genève. Van daaruit is het nog een uur rijden.
Het mooie aan Samoëns vind ik dat je je echt tussen de bergen bevindt. Bijna overal in het dorp kijk je uit op de Criou, met 2.200 meter en een indrukwekkende steile rotswand. Het is heerlijk om bij aankomst in de Alpen meteen op dit soort stenen reuzen uit te kijken.
Het dorpje zelf voelt heel gezellig en authentiek aan. Het zit vol historie en charme. Zo vind je op het pleintje naast de kerk, Place du Gros Tilleul, een lindeboom die daar in 1438 werd geplant. Je begrijpt dat deze inmiddels 588 jaar oude boom het kostbaarste bezit van het dorp is. Wat ik ook zo leuk vind, is dat het echt als een Frans dorp aanvoelt, zonder hoogbouw, maar juist met oude stenen huizen, kleine winkels en gezellige terrassen. Een heerlijke plek om doorheen te wandelen, en zeker op een zonnige herfstdag.
In de herfst zijn de bossen op hun mooist. Groene bladeren kleuren dan rood, geel en oranje. Je hoeft niet eens een herfstmens te zijn om daar de schoonheid van in te zien.
En dus trekken we de wandelschoenen aan. We rijden een stuk verder het dal in, naar Cirque du Fer-à-Cheval. Een unieke plek in de Franse Alpen. Hier bevind je je in een zogenaamd keteldal: je bent er deels omringd door gigantische rotswanden in de vorm van een hoefijzer. Vandaar ook de Franse naam Fer-à-Cheval, dat hoefijzer betekent.
Het is zo indrukwekkend en groot, een plek die je met eigen ogen moet zien en die je nauwelijks in één foto kunt vangen. In het voorjaar stromen hier tientallen watervallen naar beneden. In het najaar is het droog: een teken dat het winterseizoen eraan zit te komen.
Vanuit Cirque du Fer-à-Cheval lopen er allerlei korte en lange wandelroutes. Je kunt een flink eind het dal in. Om je heen zie je dan ook de top van de Mont Buet, een berg van 3.096 meter, die als bijnaam ‘Le Mont Blanc des Dames’ heeft. Het was een van de eerste hoge Alpentoppen die door vrouwen werd beklommen.


Een zeer toegankelijke hike, die bijna iedereen kan doen, is die naar La Bourgeoise. Vanaf Col de Joux Plane wandel je er in een half uurtje naartoe. Op deze plek heb je bijzonder uitzicht op een deel van de Franse Alpen. Op heldere dagen kun je hier ook de top van de Mont Blanc zien liggen.
Juist omdat de wandeling weinig inspanning vraagt, kun je lekker op je gemak rondkijken. In de bergen realiseer ik altijd weer hoeveel geluid er in Nederland te horen is. Maar hier in de Alpen hangt een stilte die je op niet veel andere plekken kunt ervaren. En dat is heel fijn.
Samoëns staat al heel lang bekend om de kunst van het steenhouwen. Kalksteen werd uit het Haut-Giffre-dal gehaald en staat bekend om de duurzaamheid ervan. Veel boeren specialiseerden zich als steenhouwer, en zo ontstond hier een eeuwenlange traditie. Als je door het dorp wandelt, moet je er maar eens op letten. Zo zie je boven deuren van oude huizen een stenen gevel met het jaar waarin het huis gebouwd werd, en de familienaam van de oorspronkelijke bewoners. Ook oude fonteinen en monumenten herinneren je aan dit vakmanschap. Het is leuk om te zien dat dit soort ambachten, die bijna niemand meer beheerst, in een dorp als deze nog steeds een rol spelen.
Wanneer je door het dorp wandelt, moet je zeker ook even stoppen bij Pâtisserie À la Jaÿsinia. Deze bakkerij wordt gerund door de patissier Thierry Froissard, die ooit wereldkampioen in zijn vak werd. Proef zeker een ‘galette septimontaine’, een lokale specialiteit met bosbessen. De naam van deze koek verwijst naar septimontains, zoals de inwoners van Samoëns genoemd worden. Die naam slaat op de zeven bergen die Samoëns omringen.
Vanuit Samoëns heb je direct toegang tot het vijfde grootste skigebied van Frankrijk. Het bijzondere is dat je dat hier in het dorp helemaal niet in de gaten hebt.
Het Grand Massif heeft maar liefst 265 kilometer aan pistes. Met de Grand Massif Express kun je vanuit het dorp omhoog het gebied in. Ook het bekendere Flaine maakt deel uit van dit skigebied.
Mocht je op zoek zijn naar een familievriendelijke bestemming, en wil je mooie tochten maken, dan zou dit zomaar een hele goede keuze voor jou kunnen zijn.