Nederland mag dan klein zijn, culinair gezien heeft is er in ons land verrassend veel te ontdekken. Elke provincie heeft zijn eigen smaken, tradities en lekkernijen die vaak al generaties lang worden doorgegeven. De zoete vlaai uit Limburg ken je vast wel, of de Brabantse worstenvbroodjes, maar als je goed kijkt, ontdek je nog veel meer lekkere dingen die met liefde worden gekookt, gebakken of gebrouwen.
Wij houden van roadtrippen én van lekker eten, dus deze culinaire roadtrip door Nederland is een feest om te doen. En het leuke is: je hoeft geen topchef of fijnproever te zijn om hiervan te genieten. Deze route is bedoeld voor iedereen die houdt van goed eten, mooie ritten en verrassende stops onderweg. Want soms liggen de lekkerste ontdekkingen in een dorpje waar je anders misschien voorbij was gereden.
Maak je eigen route door Nederland. Begin in je eigen provincie, of juist niet. Deze route kun je dus helemaal zelf samenstellen. Dit is ongeveer de route die wij hebben gereden.
Als je twaalf provincies doorkruist en op zoek gaat de naar de ziel van de Nederlandse keuken, dan heb je een auto nodig die een beetje meeleeft en zorgt voor iets meer emotie en lifestyle. Een auto die goed past bij het onderwerp en ook met een vleugje flair.
Wij reden deze roadtrip met de nieuwe Renault 5, een retro-icoon in een felgele jas, die als een soort Franse sidekick overal zijn gezicht heeft laten zien. In Groningen kreeg de R5 het even zwaar: veel klinkers, weinig stopcontacten, straten waar we niet in mochten rijden volgens de borden maar volgens onze navigatie wel. Te voet doe je Groningen trouwens beter als met de auto. Hoewel de R5 heel sporty is hebben de ontwerpers er alles aan gedaan om er ook een reisauto van te maken.
De stilte in de cabine liet de smaken onderweg extra binnenkomen, alsof zelfs de auto begreep dat dit geen race was, maar een culinair ritje. Echt tevreden was de R5 pas in Limburg toen we de bekroonde puddingkruimelvlaai, die je eigenlijk op een fluwelen kussen zou moeten vervoeren, inruilden voor de motorkap.
Flevoland vraagt wat graafwerk als het om streeklekkers gaat, maar op Urk vind je een echte parel: de Urker dikkoek van Bakker Brouwer. Een winterse traktatie, helaas alleen op woensdagen en dan nog als het juiste spek voorhanden is. Een soort cake met rozijnen en spek, met warme saus erover is het een regelrechte calorieknaller, maar wel eentje met een geschiedenis.
Toch blijft vis dé trots van Urk, geen twijfel mogelijk. Wie verder rijdt naar Emmeloord kan bij Bakkerij Schaap de Schokker mop proeven, een soort speculaaskoekje dat je nergens anders vindt. Laten we eerlijk zijn: vooral leuk voor het verhaal, maar je hoeft er geen omweg voor te maken.
Via dijkjes en binnenwegen rollen we Friesland binnen, op weg naar Bakkerij Marten Boonstra in Akkrum, beroemd om z’n oranjekoek. Geen koekje, maar een uitbundige smaakbom: kruidig, rozig en bedekt met roze glazuur en spikkels waar TikTok van smult.
Marten zelf is even warm als zijn oven: relaxed, gastvrij en trots op zijn vak. Speciaal voor ons (en de camera) maakt hij een verse oranjekoek klaar. We blijven hangen, lunchen ter plekke en nippen van de koffie met een Frysk Dúmke, een anijskoekje en een klassieker. Even voelt alles hier als vakantie. Grappig weetje: Martens broer bakt met hetzelfde recept, maar toch smaakt zijn versie anders. Friese magie?
Verder spot je in Friesland nog de zeldzame Boffert, een luchtige broodpudding. En wie van hartig houdt, moet speuren naar Sipelsop, Franse uiensoep maar dan op z’n Fries. Niet overal verkrijgbaar, maar zeker het proberen waard.
Na een korte laadstop rijden we via Houwerzijl richting Groningen, met een fijne omweg naar De Theefabriek. In dit voormalige kerkje vind je het enige theemuseum van Nederland, compleet met een tuin, huisgemaakte taartjes en meer dan honderd theesoorten. Een heerlijke plek om even tot rust te komen voor we de bruisende stad induiken.
Groningen zelf leeft op het ritme van 60.000 studenten en heeft een borrelcultuur. Tussen de kroegen en eetcafés vind je dé cultsnack van het noorden: de eierbal. Een hardgekookt ei met een vulling van ragout met curry, gepaneerd en gefrituurd. Volgens de kenners, typisch snackmuur-food. Je scoort ’m bij De Hoek aan de Grote Markt of in meer verfijnde versie bij De Drie Gezusters (aanradertje), waar ze ‘m als snack of voorgerecht serveren, dit keer met een twist van kerrie en mosterd.
Voor een complete Groningse maaltijd combineer je ’m met een kom romige mosterdsoep. Simpel, stevig en best lekker na een dagje stad. Wat ooit begon als zuinige vinding in de jaren 50, is nu een snack met erfgoedstatus en een must voor elke culinaire roadtripper.
Via binnenwegen slingeren we van Groningen naar Emmen, dwars door het Drentse landschap met oude boerderijen en eindeloze luchten. Emmen zelf verrast met Wildlands Adventure Zoo, misschien wel de mooiste dierentuin van Nederland. Maar de échte ontdekking ligt om de hoek, bij Bakker Joost. Hier stap je binnen voor een Drentse turfkoek, maar komt naar buiten met heel veel meer: een romig heidetaartje, een notige plakkoek en vooral een warm gevoel. Dochters Eva en Bo hebben het familiebedrijf van hun overleden vader voortgezet met liefde, flair en speelsheid die past bij jonge mensen. De winkel leeft met wisselende opstellingen (gouden idee), zelf klaargemaakte lunchgerechten en zelfs een leuk Instagram-account dat wandelroutes combineert met taarttips.
In de winter vind je hier ook spekdikken. Dat zijn dunne, kruidige koeken met stukjes spek, gebakken in een ijzer. Een hartig-zoete seizoens-specialiteit die perfect past bij Drenthe. En heb je een hotel nodig? ByZoo ligt recht tegenover Wildlands, mét een publieke parkeergarage. Maar de echte reden om te blijven slapen… is om ’s ochtends nog een keer bij Bakker Joost en Bo binnen te lopen.
We verlaten Drenthe met een korte omweg naar Villa Kalkoven bij Meppel, een sfeervol restaurant in een oude kalkoven, met uitzicht op de Drentse Hoofdvaart. Een ansichtkaartwaardige lunchplek.
Richting Borne maken we tweede een tussenstop bij De Waarf in Wierden. Hier kun je niet alleen streekproducten proeven, maar ook een molen beklimmen of de Enterse Zomp op. Ideaal voor wie even uit de auto wil.
Dan door naar Bakkerij Van Otten in Borne, beroemd om z’n krentenwegge en de Twentse Kozak, een chocolade-gebakje dat zich met recht streekproduct mag noemen. De lunchroom is prachtig, al moest er wel wat overredingskracht aan te pas komen voor een paar foto’s.
Eindpunt is Deventer. Hier loop je op De Brink zó Bussink’s Deventer Koekwinkel binnen. De plek voor de klassieke kruidkoek waar de stad beroemd om is. De koek is net zo nostalgisch als het pandje en smaak echt heerlijk. Deventer zelf is compact, sfeervol en vraagt erom te voet ontdekt te worden. In de buurt zitten genoeg restaurantjes om tot het diner rond te blijven hangen.
In Gelderland moet je soms even zoeken naar culinaire pareltjes. In Arnhem vind je een bijzonder chocolaatje, in Nijmegen een klassiek koekje, allebei best leuk om te proeven, vooral als je de steden toch al bezoekt. Tip: maak er dan een citytrip van, want alleen voor deze lekkernijen omrijden is wat veel gevraagd.
Op de Veluwe zit je dan aanzienlijk beter. Hier vliegen de namen je om de oren: Veluwse kruidkoek, Eerbeekse honingkoek, Ermelo’s turf en ga zo nog maar even door. De beste stop is wat ons betreft Vaassen. Niet alleen vanwege het fotogenieke Kasteel Cannenburch, maar ook door de winkels vol streekproducten waarondere jams, wildpaté, mosterd, boerenkaas, meer dan genoeg om je roadtrip compleet te maken.
Utrecht serveert twee echte culinaire iconen die je wel een beetje gaan verrassen. Het broodje Mario (wat populariteit betreft vergelijkbaar met de eierballen uit Groningen) en de domtorentjes van Theo Blom.
De eerste is een stevig belegd broodje met een stukje Italiaanse flair en alleen te koop aan de Oudegracht. Maar wees er wel snel bij want de broers Nistro, die de zaak runnen, stoppen binnenkort. Zolang het nog kan (let op: gesloten op zondag en maandag, open vanaf 10:30), is dit een culinaire must-visit.
Heb je daarna toch iets zoet nodig? Haal dan bij Patisserie Theo Blom een doosje domtorentjes, bonbons met een romige vulling in de vorm van de Domtoren. Nostalgisch én lekker en perfect als eetbare souvenir uit het hartje van Nederland.
In de Zaanstreek draait alles om smaak en traditie. Dit is het luilekkerland van Noord-Holland, waar je van fabriek tot boerderij proeft hoe ambacht nog springlevend is.
Begin met een plak duivekater, een zoet witbrood dat je alleen rond feestdagen vindt. Bij de koffie passen weespermoppen: amandelkoekjes die simpel ogen, maar verrassend lekker zijn. Beemsterkaas is hier streekproduct nummer één. Rij een rondje door de polder en scoor een plak van het origineel romig, rijp en precies goed.
En dan de Zaanse mosterd: grof, pittig, en perfect bij kaas of op brood. De geur van mosterd, chocola en mayo hangt hier letterlijk in de lucht want ja, die worden hier ook nog steeds gemaakt. In deze regio valt meer te proeven dan je denkt.
Gouda is een plaatje, maar parkeer je auto buiten het centrum, echt doen! Alles is hier op loopafstand, en dat is maar goed ook als je rustig wilt kunnen slenteren tussen kaas en siroop.
Eerst naar de Kaasbar Gouda aan de Markt. De Goudse Waag-borrelplank is een smaakfeest, met mosterdkaas, pesto-varianten en een gerookte geitenkaas die je blijft achtervolgen, maar dan op een goede manier.
Daarna door naar de Kamphuisen Siroopwafelfabriek. Vergeet even de stroopwafel van de markt, dit zijn siroopwafels. Crunchy, met dikke siroop en een rondleiding (uitermate geschikt voor kinderen) waar je je vingers bij aflikt. Gouda is verder compact, gezellig en smaakt ook als citytrip naar meer.
Rotterdam verrast met een totaal ander hoogtepunt: de kapsalon van Zafer’s Place op de Pretorialaan. Een van de beste shoarmatenten van de stad, met een gepassioneerde eigenaar en alles huisgemaakt, van salade tot sambal. De kapsalon is royaal, de friet knapperig en vers uit de oven. Smaakvol, stevig, en hij blijft je bij. Zelfs ingepakt rook de auto twee dagen later nog naar deze geurige herinnering aan Rotterdam op z’n lekkerst.
Yerseke is de oesterhoofdstad van Nederland. Alles ademt hier zee en getijden. De beste plek is Op de dijk bij Restaurant de Oesterij, met uitzicht op de oesterputten. Pak een glas witte wijn en een bord vol zilte perfectie. Je proeft hier twee soorten oesters, allebei om stil van te worden.
Voor de zoetekauw is er de Jikkemiene van Bakkerij Jan Schrieks (met meerdere vestigingen). Dit is een gevulde Zeeuwse bolus (wel een caloriebommetje) die zo plakkerig en rijk is dat het bijna een dessert is. Verder snoepen ze hier de bekende Zeeuwse boterbabbelaars. Ga je op zoek naar de mysterieuze paptaart uit Groede. Wij vonden ’m niet, maar misschien is dat precies de bedoeling. Is het een Zeeuwse mythe of stiekem een reden om nog een keer terug te moeten komen.
Den Bosch heeft z’n eigen icoon: de Bossche Bol van Jan de Groot. Slagroom, chocolade en traditie in de perfecte hap. Geen gebakje voor onderweg (tenzij je van slagroom-in-je-gezicht houdt), maar eentje om op locatie te beleven.
Dongen trapt af met het beste worstenbroodje van Nederland. Bij Bakkerij Pim Filius werd in 2025 het winnende broodje gebakken: goudbruin en zó goed dat zelfs de koude variant op de achterbank gevaarlijk blijft. Warm is-ie het lekkerst, uiteraard.
Dan doorrijden naar Berkel-Enschot, waar Abdij Koningshoeven je uitnodigt voor meer dan bier alleen. Sinds 1884 brouwen de trappisten hier hun La Trappe-bieren, van een Trappist tot een heerlijk Quadrupel. Het proeflokaal ligt naast de abdij, verscholen in een prachtige omgeving tussen het groen. Dit is geen pitstop op de route, maar een bestemming op zich.
De reden om naar Limburg af te zakken is Bakker Snijders in Stramproy. Winnaar van de titel beste vlaaibakker van 2025, met een puddingkruimelvlaai en kersenvlaai waar je stil van wordt. Niet te zoet, vol smaak en perfect in balans. De bakkerij ligt verstopt in een woonwijk maar geloof me, is het omrijden waard. Neem een halve van allebei. Of een hele. Je gaat geen spijt krijgen want beiden zijn heerlijk.
Verder staan op de Limburgse kaart: konijn in ’t zoer, gehaktballetjes in stroopsaus en het klassieke Limburgs pasteitje. Typisch gerechten die smaken naar een dinertje in het zuiden.
En de nonnevot? Die eet je tussen 11/11 en Aswoensdag. Denk aan een weinig smaakvolle Berliner bol met een carnavaleske draai. Leuk, maar geen reden om speciaal af te reizen.