Een paar euro hier, een paar euro daar. Toeristenbelasting lijkt vaak een klein bedrag, totdat je met het hele gezin een week in een populaire Europese stad verblijft. Steeds meer bestemmingen verhogen hun toeristenbelasting. Sommige steden vragen inmiddels tientallen euro’s extra voor een paar nachten.
Ook in 2026 zijn de tarieven op verschillende populaire vakantiebestemmingen veranderd. Barcelona verhoogde de belasting, Wenen werd duurder en in Venetië moeten dagjesmensen op drukke dagen al een paar zomers op rij entree betalen. Griekenland heeft daarnaast verschillende heffingen voor toeristen.
Hoeveel toeristenbelasting betaal je in Europa in 2026? En waar ben je het meeste kwijt? Dit is wat je moet weten en waar je rekening mee moet houden.
Toeristenbelasting voelt misschien als iets van de laatste jaren, maar het principe bestaat al veel langer. In Nederland werd de toeristenbelasting in 1970 ingevoerd.
Toeristenbelasting is een lokale of landelijke heffing die je betaalt wanneer je ergens overnacht. Vaak wordt het bedrag door je hotel, camping of vakantiehuis geïnd. Soms zit het al in de prijs van je boeking, maar het komt ook voor dat je het bedrag bij het inchecken nog moet betalen.
Er is geen vast Europees tarief. De hoogte verschilt per land, stad en soms zelfs per type accommodatie. De ene bestemming rekent een vast bedrag per persoon per nacht, de andere een percentage van de overnachtingsprijs.
Wat wél nieuw is, zijn de bedragen en de manier waarop toeristen worden belast. Naast de klassieke belasting per overnachting zie je steeds vaker andere heffingen, zoals entree voor dagbezoekers (zoals in Venetië), klimaatheffingen en belastingen voor cruisepassagiers (zoals op Santorini en Mykonos in Griekenland). En juist die ontwikkeling maakt toeristenbelasting in 2026 weer actueel.
Hoeveel toeristenbelasting je betaalt, verschilt enorm per bestemming. Soms gaat het om een paar euro per nacht, maar op populaire plekken kan het bedrag flink oplopen. Dit zijn een paar opvallende tarieven en heffingen in 2026:
De gedachte achter toeristenbelasting is vrij simpel. Als toerist maak je gebruik van wegen, openbaar vervoer, afvalvoorzieningen, stranden en eigenlijk alles in een stad, maar je woont er niet. Zie het als een soort bijdrage aan ‘het gebruik maken van een stad’.
En daarnaast is overtoerisme natuurlijk een groot probleem aan het worden. We gaan te vaak met z’n allen naar dezelfde plekken op hetzelfde moment. Vooral in grote steden is dat een issue. Met deze vorm van belasting proberen populaire steden om drukte te beperken of om de opbrengsten van het toerisme op een bepaalde manier terug aan de stad te kunnen geven.
De vraag is alleen: is dat voldoende, in strijd tegen overtoerisme? Zou jij je laten afschrikken om een bepaalde stad te bezoeken, omdat de toeristenbelasting te hoog is? Feit blijft dat het vaak zo’n klein aandeel in het totale bedrag van een stedentrip of reis is, dat je het bijna niet eens merkt. Een paar tientjes houden mij echt niet tegen als ik heel graag naar Barcelona of Venetië wil.
Misschien zit de kracht van toeristenbelasting daarom niet eens zozeer in het weren van bezoekers. Het levert vooral extra geld op waarmee steden de gevolgen van toerisme kunnen opvangen. Dus wanneer wordt toeristenbelasting zo hoog dat je denkt: laat maar, ik ga ergens anders heen?
Dat is moeilijk met één bedrag te beantwoorden. Sommige bestemmingen rekenen een percentage van de kamerprijs, andere een vast bedrag. Barcelona behoort in 2026 in ieder geval tot de duurdere populaire stedentripbestemmingen.
Dat verschilt per bestemming. Vaak betaal je per persoon per nacht, maar er zijn ook steden die een percentage van de overnachtingsprijs rekenen.
Niet altijd. Leeftijdsgrenzen en vrijstellingen verschillen per gemeente. In Brugge zijn kinderen onder de 18 jaar bijvoorbeeld vrijgesteld.
Soms wel, soms niet. Controleer bij het boeken of belastingen en lokale heffingen in de getoonde totaalprijs zijn opgenomen.