Zwitserland in de zomer, dan denk je meteen aan Alpenweides in bloei, lieflijke bergdorpen en misschien wel de Jungfraujoch of Zermatt. Dit meer dan bijzondere Alpenland heeft nog veel meer belachelijke mooie plekken. Verspreid door Zwitserland liggen plekken die minstens zo indrukwekkend zijn, maar een stuk minder bekend bij het grote publiek. Van een turquoise bergmeer en een gigantische gletsjer tot een verborgen vallei en een spectaculair natuurlijk amfitheater: dit zijn vijf droomplekken in Zwitserland die niet iedereen kent.
Een rivier die bijna te mooi lijkt om echt te zijn. In het zuiden van Zwitserland, in het Italiaanssprekende Ticino, slingert de Verzasca-rivier door een groene bergvallei. Het water heeft hier zo’n opvallende turquoise kleur dat het eerder lijkt alsof je naar een tropische bestemming kijkt dan naar de Zwitserse Alpen. Langs de rivier liggen gladgesleten rotsen, natuurlijke zwempoelen en kleine dorpjes met eeuwenoude stenen huizen. Vooral bij het dorpje Lavertezzo, waar een dubbele stenen brug de rivier overspant, laat Valle Verzasca zich van zijn mooiste kant zien.
Dit is het natuurlijke amfitheater van Zwitserland. Terwijl de meeste bezoekers richting de Alpen trekken, ligt in het westen van Zwitserland een van de meest bijzondere natuurverschijnselen van het land. Creux du Van is een gigantische hoefijzervormige rotswand met kliffen die op sommige plekken meer dan 150 meter loodrecht naar beneden vallen. Vanaf de rand kijk je uit over een indrukwekkende natuurlijke arena die door duizenden jaren erosie is gevormd. De wandeling naar het uitzichtpunt is prachtig en onderweg heb je kans om steenbokken en gemzen te spotten.
Een bergmeer verstopt tussen de groene heuvels van Appenzell: dat wil je zien. De regio Appenzell behoort tot de mooiste, maar ook minst bezochte delen van Zwitserland. Bijna niemand kent dit. En midden in dit groene heuvellandschap ligt Seealpsee, een bergmeer dat wordt omringd door steile rotswanden en traditionele houten boerderijen. Het meer is alleen te voet bereikbaar, maar daardoor blijft het er ook verrassend rustig. Op windstille dagen weerspiegelen de bergen perfect in het heldere water, waardoor het landschap bijna onwerkelijk mooi oogt.
Onbekend is de Aletschgletsjer zeker niet, wintersporters kennen ‘m zeker weten. Te mooi om niet te noemen in dit lijstje, want met een lengte van ruim twintig kilometer is de Aletschgletsjer de grootste gletsjer van de Alpen. Toch staat deze indrukwekkende ijsmassa bij veel reizigers niet bovenaan het verlanglijstje. Dat is opvallend, want de schaal van het landschap is hier moeilijk te bevatten. Vanaf uitzichtpunten als Eggishorn of Bettmerhorn kijk je op een panorama van ijs, bergtoppen en diepe dalen dat tot de mooiste van Zwitserland behoort. Op heldere dagen zijn zelfs de hoogste toppen van de Alpen zichtbaar. Een droomplek die je een keer gezien moet hebben, zeker in de zomer.
En dan een heel ander stukje Zwitserland, dat eerder op Italië lijkt, aan het Meer van Lugano. Gandria is een schilderachtig dorpje dat tegen de hellingen van het Meer van Lugano lijkt te zijn geplakt. Smalle steegjes, kleurrijke luiken, palmbomen en terrassen aan het water geven het dorp een bijna mediterrane sfeer. Auto’s komen hier nauwelijks; de mooiste manier om Gandria te bereiken is wandelend langs het meer of per boot vanuit Lugano. Het contrast tussen het azuurblauwe water, de groene bergen en de Italiaanse charme maakt dit een van de meest sfeervolle plekken van Zwitserland.