Liefhebbers van Frankrijk, wijn, mooie landschappen én roadtrippen moeten deze route een keer gereden hebben. De mooiste roadtrip door de Elzas. Een route die in het teken staat van gezellige dorpen, traditionele gerechten, mooie wegen en natuurlijk heerlijke wijn. Met 170 kilometer is het een relatief korte route, maar de stops onderweg zijn zo mooi en leuk, dat je er lekker de tijd voor moet nemen. Een dag of vier/vijf genieten doe je zo: rijd deze toffe roadtrip door de Elzas. Lees verder wat de tien mooiste stops onderweg zijn!
De Elzas ligt in het noordoosten van Frankrijk, tussen de Vogezen en de Rijn. Een zeer populaire regio. Misschien komt het door de bekende wijnen, de Riesling en de Gewürztraminer, het middengebergte of misschien wel door de Tour de France die regelmatig voorbij komt. De streek heeft een soort Frans-Duitse cultuur. Dat komt in alles terug, in de vakwerkwoningen, plaatsnamen als Eguisheim en Kaysersberg en in het eten. Populair zijn flammekueche (in het Frans een tarte flambée): de Elzasser variant op een pizza.
Dit is de route die wij gereden hebben, van ongeveer 170 kilometer. Langs mooie dorpen en stadjes in de Elzas. Je kunt de route hier bekijken in Google Maps en zelf aanpassen als je nog meer stops wilt maken.
Je kunt in de Elzas prachtige routes rijden. De bekendste is de Route des Vins d’Alsace, een lange route van meer dan 150 kilometer langs ontelbare wijnvelden en heel veel kleine en gezellige dorpjes waar de Elzas om bekend staat.
Iets minder bekend, zeker zo spectaculair, is Route des Crêtes. Hier verlaat je de wijndorpen en rijd je door een middengebergte met toppen tot 1.500 meter. Het is een van mijn persoonlijke favorieten met bochtige stuurmanswegen, geweldige uitzichten en met indrukwekkende bergtoppen zoals de Grand Ballon en de Ballon d’Alsace.
Beide routes zijn prachtig om te rijden. De ene heeft wat meer wijn en cultuur, de andere mooie wegen en vooral berglandschappen. Onze route heeft een mix van allebei: wij nemen je mee langs de tien mooiste plekken in de Elzas!
Kia is al jaren een vaste partner voor het rijden van roadtrips, van een zoektocht naar de mooiste dorpen in Nederland naar een waanzinnige roadtrip met de EV3 langs de Romantische Strasse en de Schwäbische Alb in Duitsland. Deze route door de Elzas rijden we de volledig elektrische EV5. Naast de EV6 en EV9 is dit echt nogal een joekel van een SUV. Dat merk je er als je ernaast staat, maar helemaal als je erin gaat zitten.
De Kia EV5 laat zien dat er ook een nieuw soort premium is. Traditioneel staat dat voor een houten inleg en een chic gepolijst logo. In deze tijd betekent het een enorm breed scherm en een interieur dat eruitziet alsof het net uit een architectenbureau komt. Het is volledig in balans en straalt ook luxe uit. Achterin heb je genoeg beenruimte om drie personen naast elkaar te zetten zonder dat je last van elkaar gaat krijgen. Hij is dus groot en vooral ruim, met een overload aan laad- en opbergruimte, waardoor je een fotobibliotheek moet aanleggen van waar je alles hebt gelaten.
Onder de motorkap vind je een grote frunk, handig voor je laadkabel en nog wat andere snuisterijen. Onder de vloer zit het E-GMP-platform van Kia, door experts algemeen beschouwd als een van de beste en meest innovatieve platforms voor elektrische auto’s van dit moment. De prestaties zijn top en dat merk je vooral bij het rijden van een roadtrip met veel stops. De EV5 heeft 81,4 kWh-accu die goed is voor minimaal 450 kilometer. In het bergland van de Vogezen op standje ECO kwamen we echt nog veel beter uit. Heel snel is hij misschien niet, maar daar merk je in bergen weinig van. Voor ons is het een heerlijke en supermoderne reisauto die met alle luxe en techniek een extra dimensie geeft aan het rijden van een roadtrip.
Straatsburg, of Strasbourg of Straßburg en La Petite France: dit is het perfecte startpunt. van onze roadtrip. De stad is vooral bekend vanwege het Europees Parlement. Hier merk je van de Frans-Duitse cultuur misschien wel het meeste, al vallen de Aziatische bezoekers echt op. De stad heeft duidelijk een internationale uitstraling.
Parkeren doe je in Straatsburg aan de rand van de stad, ga te voet verder. Uiteindelijk komt iedereen hier voor het stukje centrum met een prachtige naam La Petite France. Het ligt op Grande Île, het eilandje waar je de oude binnenstad vindt (UNESCO werelderfgoed). Dwalen langs de vakwerkhuizen, smalle straatjes, bruggetjes en terrassen aan het water is hier veruit het leukste om te doen. Dat heeft helaas ook de rest van de wereld ontdekt want hartje zomer kom je terecht in een langzaam bewegende processie. De Cathédrale Notre Dame de Strasbourg wil je ook niet missen, al is het slechts de buitenkant: heel mooi om te zien.
Mooie plaatjes van al die prachtige vakwerkhuizen schieten is lastig. In de ochtend is het er wel rustig: je tijd in Straatsburg moet je dus goed plannen. Een rondvaart over de rivier III is best bijzonder, met alle bruggetjes en vooral sluizen, onderdeel van het historische watersysteem van de stad.
Obernai is echt irritant mooi. Na het vakwerkgeweld van Straatsburg is Obernai het eerste echte stadje in de Elzas waar je de auto echt even moet gaan parkeren. Een stadje waar bijna alles klopt. Wie hier een film wil opnemen hoeft niets te doen aan decor.
Vakwerkhuizen met bloemen voor het raam, prachtige straatjes met een regenboog aan kleuren, wijnhuizen en terrasjes en je kunt er nog vrij rondlopen zonder op iemands tenen te trappen. Bezoekers zitten hier al om 11.00 uur aan de Riesling, gewoon omdat het kan. Welkom in de Elzas.
Obernai heeft geen bucketlist met wat je allemaal moet gaan bekijken, gewoon rondlopen is voldoende. Op het Place du Marché vind je het stadhuis en de ongeveer 60 meter hoge Kapelturm. Kies hier een straatje, het maakt niet uit welke, altijd kom je bij een paar vakwerkhuizen, een bakker en het volgende terrasje. Zo leuk en simpel kan het zijn.
Dit bijzonder leuke stadje ligt aan de Route des Vins d’Alsace. Net buiten Obernai beginnen de wijngaarden alweer. Met de Gewürztraminer, mijn persoonlijke favoriet, en de Pinot Gris, Riesling en de Crémant. Die je niet mag vergelijken met Champagne vinden ze vooral in de Champagnestreek. Obernai is echt een heerlijk irritant stadje.
Chateau du Haut-Koenigsbourg is een kasteel met een verhaal, en waarschijnlijk de grootste publiekstrekker in dit deel van de Vogezen. Als je het vanuit de kant van Colmar eenmaal op je radar hebt staan, gaat er ook een bepaalde aantrekkingskracht van uit. Vanuit Obernai ga je het alleen niet ontdekken, dat gebeurt pas op het moment dat je er bent en dan nog heb je geen idee van de omvang.
Laten we het even voor het gemak afkorten naar Kasteel Koenigsbourg. Het ligt bovenop een 750 meter hoge pukkel. Wie heel vroeg is heeft geluk en parkeert lekker bovenaan. Wie wat later komt kan zomaar een kilometer naar boven moeten lopen, dat je het beste als een work-out kunt omschrijven. Dan ben je er nog niet want eenmaal in het kasteel krijg je ook nog 243 treden te verwerken. En nergens heb je een echt goed overzicht van dit Chateau, dat heel lang in Duitse handen was.
Maar is het ook echt een er middeleeuws kasteel want Koenigsbourg ziet er toch wat afwijkend uit. De eerste versie stond hier al in de 12e eeuw. Niemand weet hoe het er toen uitzag. In 1633 werd het tijdens de dertigjarige oorlog grondig verbouwd volgens het toen gangbare concept, slopen en in de brand stelen. Wat overbleef was een ruïne. Pakweg 200 jaar later bedacht de Duitse keizer Wilhelm II dat er best nog wel iets te maken was. Een ultiem middeleeuws kasteel met heel veel ophaalbruggen en genoeg adelaars op de torens zodat iedereen wist wie het gebouwd had. Na de eerste wereldoorlog kwam het weer in Franse handen.
Kort samengevat, Koenigsbourg is een 12e eeuws kasteel, een 17e eeuwse ruîne en een 20e eeuwse fantasie van een keizer: je gaat echt verrast worden. Toegang kost geld, gidsen kosten extra geld (en tijd), dus doe wat ik ook heb gedaan: ga lekker zelf klimmen en klauteren en vergeet alle verhalen. Het uitzicht buiten is prachtig.
De afstanden tussen alle stops van deze roadtrip zijn niet heel groot. Ook van Koenigsbourg naar Ribeauvillé is weer een genot om te rijden. Bergje af betekent ook dat we met een Kia EV5 heel wat kilowatjes aan energie aan het terugwinnen zijn. Aan de dichtgemaakte vangrial in de bochten weet je gelijk dat motorrijders het hier ook heel erg leuk vinden.
Ribeauvillé is in ieder geval een stadje waarvan ooit iemand heeft bedacht dat je nooit genoeg gekleurde vakwerkhuizen kunt hebben. Wie klimkuiten heeft, kan vanaf het centrum naar maar liefst drie middeleeuwse kastelen klauteren, Saint Ulrich, Girsberg en Haut- Ribeaupierre. Vanaf Saint Ulrich moet je het mooiste uitzicht hebben.
Ribeauvillé is daardoor net wat interessanter dan zijn bijna perfecte buurdorpen. Het stadje is fotogeniek en natuurlijk zijn er heel veel vakwerkhuizen, maar hier kun je ’s ochtends kastelen gaan beklimmen, in de middag verdwalen tussen de gekleurde panden en daarna bij een wijnboertje ontdekken dat teruglopen naar je hotel het beste idee van de dag is. Ribeauvillé past mooi in deze roadtrip. Voorlopig blijven we met Hunawihr, Riquewihr, Kayserberg en Equisheim nog wel even tussen de druiven en de gekleurde vakwerkhuizen.
Het dorpje Hunawihr is wereldberoemd, de plaatjes dan. Op deze route lijkt het een bescheiden plek die je na 10 minuten het wel gezien hebt. Maar je moet langer blijven, voor de wijn. Hier stop je namelijk niet voor een lange wandeling, maar je moet wel even op zoek naar de wijnranken van de Grand Cru Rosacker. Het is een wijn met een internationale cultstatus. En dat blijft een fenomeen, de wijngaarden zijn hier echt prachtig, ook al zie je aan de druiven nauwelijks verschil. Maar dat zit onder de grond verborgen.
Rondom Hunawihr bestaat de ondergrond uit diepe kalk- en mergelgrond met muschelkalk (mosselkalk) die ervoor zorgt dat de duiven hier langzaam en gezond rijpen. Over hoe dat werkt zijn hele boeken verschenen. Die wijn wil je natuurlijk gewoon even proeven of kopen. Maar vreemd genoeg is dat dan weer lastiger, want deze zit verstopt onder een etiket met de naam Clos Sainte Hune. Een lang verhaal dat aangeeft dat sommige wijnboeren zichzelf wel heel belangrijk vinden. Gewoon even gaan kijken en dan doorrijden naar Riquewihr waar veel meer te zien is.
Riquewihr is de parel van de Elzas Waar je bij Hunawihr nog kunt twijfelen om te stoppen, geldt dat niet voor Riquewihr. Het stadje wordt letterlijk La Perle du Vignoble Alsecien genoemd, de Parel van de Elzasser wijngaarden. Die naam telt, want het Office de Tourisme gebruikt de bijnaam zelf ook. Parkeren is hier een probleem totdat je ineens bordjes met Easypark ziet. Dan ben je blij, maar dat gegeven betekent ook iets anders.
Volgens de gemeente komen hier een paar miljoen bezoekers per jaar. Het dorpje is echt fotogeniek, de kleuren van de vakwerkhuizen zijn hier zo intens. Hier komt alles samen. Je denkt lekker roadtrippen door de Elzas, dakje open, mooie smalle weggetjes en een verloren kerktoren. Deze gedachte verstompt als je Riquewihr binnenloopt en ontdekt dat ongeveer half Europa hetzelfde lumineuze plan had. Of zouden dit dezelfde mensen zijn van die prossessie in Straatsburg?
Mijn eigen observatie gaat nog wel wat verder, de hoofdstraat is gewoon te mooi, waardoor iedereen hem tegelijkertijd wil bekijken. Maar de Elzas kent nog een merkwaardig natuurverschijnsel, overal waar vakwerkhuizen, geraniums en druiven samenkomen, is er gelijk een overload aan het begrip touringcar. Deze zitten op hun beurt weer vol met massa’s selfie-nemende mensen in een afritsbroek die allemaal precies op zoek naar dezelfde foto maar dan zonder mensen erop.
Riquewihr, laat je niet afleiden door het bovenstaande, je moet hier echt geweest zijn. Dus kom wanneer de rest nog slaapt.
Na Riquewihr zou je denken dat de Elzas zijn hoeveelheid vakwerkhuizen wel heeft opgebruikt. Maar niets is minder waar in Kaysersberg. In 2017 werd het stadje verkozen tot het favoriete dorp van de Fransen. Dat is nogal wat in een land met 35.000 gemeentes, waar ze al ruzie met elkaar hebben over de juiste bereidingswijze van een aardappel.
Het dorp dankt zijn naamsbekendheid aan Albert Schweitzer: de arts, theoloog, filosoof en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, die er geboren werd. Aan de rand van het centrum vind je er nu het vernieuwde Centre Schweitzer. Echt mooi is de versterkte stenen brug over de rivier de Weiss. Een uitgelezen plek om je favoriete foto te maken en te delen op Instagram. Dat deden ze hier trouwens vroeger ook al omdat er in het midden een cel zat voor inwoners die het wat te bont hadden gemaakt. Middeleeuwse sociale media maar dan zonder privacy-instellingen.
Je denk misschien ‘we al niet genoeg van dit soort stadjes gezien’? Het antwoord is ja. Gelukkig heb je hier de keuze, even uitstappen of een rondje om het dorpje rijden, Eguisheim is namelijk een rond dorpje, gebouwd in een cirkel, dat is soms behelpen, maar dat zie dan pas weer als je even uit de auto komt. Het stadje wint er prijzen mee, dat wel. Laten we zeggen dat Eguisheim een optie is, fotogeniek is het zeker. Hier kun je makkelijk verdwalen, al duurt dat maar heel even. Het ligt op een steenworp afstand van Colmar. Misschien wel leuk om hier te overnachten, afhankelijk van je schema natuurlijk. Bij binnenkomst, de eerste twee panden met terras aan de rechterkant.
Een van de leukste stops tijdens deze roadtrip door de Elzas is in Colmar. Wie voorkennis heeft, weet dat je het hier als fotograaf opvallend makkelijk wordt gemaakt. De veel gefotografeerde oude binnenstad heeft het allemaal: vakwerkhuizen (hadden we die al niet eerder gezien), de daken met het karakteristieke groen (de Ancienne Douane), smalle straatjes en vooral heel veel kleur. De schoonheidscommissie heeft hier duidelijk niets te zegen.
Het bekendste stadsdeel van Colmar is Petite Venise. Geen kanalen, maar wel de rivier de Lauch die tussen de kleurrijke huizen door slingert. Mooiste stukje is langs de Quai de la Poissonnerie naar de Marché couvert. Vanaf de bruggen zie je de stad in stereo, gekleurde gevels en bloemen, het is een feestje.
Ooit woonden hier vissers, nu is het de mooiste plek om te fotograferen. Loop daarna Ancienne Douane naar de Rue des Marchands en bezoek zeker even Maison Pfister. Een zeldzaam mooi pand en net als de overdekte markt, dicht op maandag. Hier is geen water meer om te spiegelen maar al die historische gevelsmaken deze stad tot een aanrader. In twee woorden, belachelijk fotogeniek.
Bestaat de Elzas dan alleen maar uit leuke stadjes en dorpen? Nee hoor, want het eindpunt van deze roadtrip is letterlijk een hoogtepunt in de natuur. De Grand Ballon is met 1.424 meter de hoogste col van de Vogezen. De route vanuit Colmar over de Markstein is een regelrechte aanrader. Daarna is het nog 14 kilometer over de bergkam naar de Ballon.
Vanuit het dal is ook mooi, dan maak je de hele klim mee: de huizen verdwijnen, bomen komen dichterbij en bochten volgen elkaar steeds sneller op. Of ga fietsen, dankzij de democratisering van wielerliefhebbers in de bergen kan iedereen tegenwoordig de Grand Ballon bedwingen.
Boven is het voor iedereen hetzelfde: de Elzas ligt onder je en als het mee zit, zie je hier de Alpen. Dit is letterlijk het dak van de Vogezen. Dat betekent de auto uit en het laatste klimmetje te voet. Voor wie de Route des Crêtes gaat rijden: gewoon de weg volgen, dan komt het helemaal goed.
Voor een roadtrip door de Elzas is vier tot zeven dagen ideaal. In een lang weekend kun je de bekendste plekken bezoeken, maar met een week heb je meer tijd voor kleine dorpen, wijngaarden, wandelingen en langere stops onderweg.
De Route des Vins d’Alsace is de bekendste route door de Elzas. Deze wijnroute is ongeveer 170 kilometer lang en loopt langs wijngaarden, kastelen en historische dorpen. Mooie stops zijn onder andere Colmar, Eguisheim, Kaysersberg, Riquewihr en Ribeauvillé.
Colmar is een van de bekendste plekken, vooral vanwege de kleurrijke vakwerkhuizen en de wijk Petite Venise. Ook dorpen als Eguisheim, Riquewihr, Kaysersberg en Ribeauvillé zijn bijzonder mooi. Voor natuur kun je richting de Vogezen rijden.
Mei, juni en september zijn fijne maanden voor een roadtrip. Het landschap is groen, de temperaturen zijn meestal aangenaam en het is vaak rustiger dan in juli en augustus. In september begint bovendien de druivenoogst. Ook in december is de Elzas populair vanwege de sfeervolle kerstmarkten.
Vanuit het midden van Nederland is het ongeveer zes tot zeven uur rijden naar de Elzas, afhankelijk van je bestemming en het verkeer onderweg. Daardoor is de regio ook geschikt voor een langere autovakantie of een roadtrip van een week.
Zeker. De wijnroute en de Vogezen liggen dicht bij elkaar en zijn juist leuk om te combineren. Zo wissel je kleurrijke dorpen en wijngaarden af met bergwegen, uitzichtpunten, meren en wandelroutes.
De Elzas in Frankrijk is een prachtige regio. Gezellig, sfeervol en er is veel te ontdekken. Zeker niet alleen maar kleurrijke stadjes, want ook de wijnvelden en de bergen maken dit tot een mooie roadtrip. Zo eentje die je een keer gedaan moet hebben. Geniet ervan, bon voyage!
Dit artikel is geschreven in samenwerking met Kia Nederland, waarvoor dank!