In het rijtje populaire stedentrips zul je de stad Nantes niet snel tegenkomen. En dat terwijl het misschien wel de meest creatieve en meest eigenzinnige steden van Frankrijk is. Je komt de stad onderweg tegen op de borden richting het zuiden van Bretagne en Bordeaux. Maar verder ligt de op vijf na grootste stad van Frankrijk redelijk verscholen in het landschap van de Pays de la Loire. Wil je deze stad zelf gaan ontdekken? Dan vind je hier de tien leukste tips om te doen in Nantes, die je stedentrip nóg leuker gaan maken!
Door de jaren ben ik redelijk verliefd geworden op dit deel van Frankrijk wat misschien minder toeristisch lijkt dan het is. Naast de zuidkust van Bretagne met steden als St. Nazaire en La Rochelle (misschien wel de mooiste Franse badplaats) vind je hier in het binnenland plaatsen waar je nauwelijks iets over gehoord hebt kent maar die je wel kunnen verwonderen. En dan vergeten even voor het gemak nog het unieke attractiepark Puy du Fou. Dat zou trouwens best een mooi gecombineerd tripje zijn met Nantes.
Nantes is wat ze noemen een groene stad waar oude architectuur en futuristische fantasie elkaar ontmoeten. Het is de stad en geboorteplaats van Jules Verne en laat je dingen zien en geloven die in het echt niet kunnen, maar die wel heel echt lijken. De grootste trekpleister daarvan is Les Machines de l’île. Dit is een voormalig scheepswerfterrein, midden in de stad, dat is omgetoverd tot een mechanische fantasiewereld. Het hoogtepunt is een gigantische houten olifant die er rondloopt en die inmiddels het symbool van de stad is geworden.
Het is een stad die me moeiteloos vier dagen lang heeft bezig gehouden waarbij ik iedere dag mezelf afvroeg waarom we hier nog niet eerder zijn geweest. Historisch gezien was Nantes was ooit de hoofdstad van het Bretagne. Dat vind je terug in een oud middeleeuws kasteel in het centrum van de stad met de veelzeggende naam, Château des Ducs de Bretagne. Direct daarnaast vind je volop voorbeelden van moderne kunst omringt door een overdosis aan hippe eettentjes die vol zitten met studenten. Zij zorgen er voor dat de stad ook levendig is.
Nantes ligt aan de rivier de Loire en staat bekend om haar grote hoeveelheid parken, fietsroutes en ecologische projecten. Volgens onze gids is het inmiddels een van de meest populaire Franse steden om naar te verhuizen en daar kan ik me echt alles bij voorstellen. Het is een innovatieve cultuurstad met soms Parijs-achtige straten en pleintjes. Een stad die bol staat met moderne kunst, creativiteit en waar het smullen is voor liefhebbers van architectuur.
Nantes is daarom niet zomaar een Franse stad. Het is een plek waar je van de ene verbazing in de andere valt. Het rauwe industriële verleden is hier op een echt briljante manier gekaapt door kunstenaars, en dat in de spoor van Jules Verne. Nantes heeft eigenlijk veel te veel plekken die bijzonder genoeg zijn om te gaan bekijken. Wil je alles zien dan kun een je groene lijn volgen die over de straten en pleinen is geschilderd (Le Voyage de Nantes). We hebben die groene lijn met maar liefst 65 bezienswaardigheden ingekort tot 10 unieke ervaringen die hierna voor altijd in je geheugen gegrift staan.
In Nantes heb je geen kaart nodig om alle hoogtepunten, verborgen steegjes en absurde kunstwerken te vinden. Hiervoor volg je gewoon een groene lijn die over de stoepen en straten is geverfd (Le Voyage à Nantes). Het is wel handig om daar vooraf een kaartje van te scoren want de route is bijna 24 kilometer lang. Een beetje voorbereiden is wel zo handig omdat deze lijn als een lus en met verschillende kleine zijpaadjes door de stad loopt. Het kost je minimaal twee dagen als je echt alles wil zien. Je komt langs meer dan 65 verschillende objecten. Tijdens het jaarlijkse kunstfestival in de zomer met dezelfde naam komen daar tijdelijk nóg eens tientallen extra kunstwerken en creatieve installaties bij, waardoor de route elk jaar weer een beetje anders (en langer) is!
Het is inmiddels het symbool van de stad, een 12 meter hoge, houten olifant van Les Machines de l’île. Als dit waanzinnige mechanische monster, officieel Le Grand Éléphant, brullend langs je loopt, met zijn ogen knippert en onaangekondigd water over het publiek spuit, weet je gelijk dat je in een heel bijzondere stad bent beland.
Technisch en artistiek is dit meesterwerk een samensmelting van twee werelden. De fantastische reizen uit de boeken van Jules Verne en de mechanische uitvindingen van Leonardo da Vinci. De olifant is niet alleen om naar te kijken, het is ook een soort rijdend uitzichtplatform. Er kunnen per ritje zo’n 50 passagiers mee aan boord.
Vergeet de houten paardjes van de kermis maar. In de Carrousel des Mondes Marins, op een steenworp afstand van Les Machines de l’île, stap je in een drie verdiepingen hoge draaimolen. Het is een bizarre droomwereld vol mechanische zeemonsters, diepzeevissen en reuzeninktvissen. Op de onderste laag, de zeebodem, vind je kruipende creaties, waaronder een reuzenkrab en een inktvis die zichzelf wegschiet met een waterstraal. Op de middenlaag, de afgrond, bungelen wezens die 5 meter hoog zijn (een lantaarnvis en een mantarog). Helemaal boven, op het zeeoppervlak, draai je op denkbeeldige golven met stormboten en vliegende vissen. Hier blijken je zeebenen ineens onmisbaar. Overal mag je de hendels vaak zelf bedienen om de wezens te laten bewegen. Echt een feestje om (vooral met konderen) op alle drie de verdiepingen en rondje te maken.
Als je de rivier de Loire volgt richting de kust, kom je La Maison dans la Loire tegen. Een realistisch, stenen woonhuis dat scheef in het stromende water staat, met de rolluiken gesloten en een flikkerend lampje achter het raam. Je moet het weten anders valt het niet echt op. Dat geldt niet voor een zeilboot die zich op een weinig overtuigende manier om een paal heeft gevouwen. Je denkt waarschijnlijk dat hier ooit een schipper een bijzonder ambitieuze aanlegmanoeuvre heeft uitgevoerd maar dan dringt het door dat het gewoon kunst is. Bedacht door de Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm die ermee bewijst ermee dat je een zeilboot niet hoeft te laten zinken om mensen stil te laten staan. Het levert in ieder geval een van de meest gefotografeerde ‘aanvaringen’ aan de Loire op, zonder dat er ooit een verzekeringsmaatschappij aan te pas is gekomen.
Als een wijk zichzelf het Quartier de la Création noemt, mag je wat verwachten. Zoals zoveel ligt ook dit stadsdeel op het voormalige scheepswerfterrein aan de Île de Nantes. Hier hebben ze niet zomaar een paar creatieve ondernemers een pand gegeven en het erbij gelaten, hier is letterlijk de hele buurt zelf het kunstwerk geworden. Achter het immense glazen het Palais de Justice, het gerechtsgebouw, volgt het ene futuristische gebouw het andere op. De Beaux-Arts kunstacademie ziet eruit alsof hij zelf naar de kunstacademie is geweest, en verderop lijkt elk pand een eigen statement te willen maken. Je nek doet er letterlijk pijn van al dat omhoogkijken.
Deze wijk staat recht tegenover de iconische art-nouveau toren van de oude LU-koekjesfabriek (Le Lieu Unique). Binnenin vind je geen koekjes meer, maar een levendig cultuurcentrum met een theater en expositieruimtes en in de kelder een hamam (badhuis). Even verder langs de Loire, in het centrum, vind je Het Château des ducs de Bretagne. Dit middeleeuwse kasteel vormt een bijzonder contrast met alle moderne en surrealistische kunst eromheen.
De Passage Pommeraye lijkt eerder op de set van een filmdecor of een koninklijk paleis dan op een plek waar mensen gewoon komen winkelen. Drie verdiepingen met prachtige monumentale trappen, marmeren beelden en een glazen dak zorgen ervoor dat je hier lang blijft rondhangen, De passage oogt op iedere verdieping weer anders. Tussen de boetiekjes vind je ook een winkel waar Harry Potter-fans zonder moeite uren kunnen verdwijnen. Toverstokken, gewaden en magische souvenirs. Zelfs als je nog nooit een Zweinstein hebt gehoord, moet je hier toch even naar binnen lopen.
De Passage Pommeraye bewijst dat winkelen soms helemaal niet om het winkelen draait. Dit is echt een plekje waar je vanzelf langzamer gaat lopen, omdat je bang bent dat je iets gaat missen. Als je Nantes bezoekt, mag je deze passage absoluut niet overslaan. Het is zonder enige twijfel een van de mooiste die je in Europa gaat tegenkomen.
Wandelend door Nantes kom je de raarste dingen tegen. Een standbeeld van een man in pak die half in de stoep wegzakt, een winkelstraat met absurde uithangborden, of een basketbalveld dat tegen een muur omhoog krult. In Nantes heeft de openbare ruimte geen regels. Mijn persoonlijke favoriet is de ‘Mètre à ruban’ van de kunstenaar Lilian Bourgeat. Deze is te vinden in de binnenplaats van een kantoorgebouw aan de rue La-Noue-Bras-de-Fer op het Île de Nantes.
Het idee is doodnormaal en gebaseerd op een geel rolmaatje uit je gereedschapskist, maar dan 136 meter lang. Het ontrolt zich vanaf de gevel, kronkelt door de tuin en ligt daar als een reusachtige, futloze slang met centimeterstreepjes erop. Bourgeat maakt vaker exacte, uitvergrote kopieën van alledaagse dingen (rubberlaarzen van 3 meter hoog en plastic bekertjes van 40 cm) om je perspectief op de schaal van dingen, en van jezelf, overhoop te gooien.
Trentemoult ligt aan de overkant van de Loire, aan de rand van de stad. Je komt er na een overtocht van amper 10 minuten met de Navibus. Hier stap je een oud vissersdorpje binnen waar de huizen alle kleuren van de verfwaaier lijken te hebben gekregen. Je kunt er lekker slenteren door smalle steegjes met turquoise, okergele, rode en groene gevels. Na de drukte van Nantes voelt dit als een ontsnapping.
Planten groeien hier uit geveltuinen, katten liggen op de vensterbank en achter iedere hoek wacht weer een nieuw straatje dat nét fotogenieker is dan het vorige. Het is zo’n plek waar een route plannen eigenlijk zonde is. Juist verdwalen hoort bij de ervaring. Misschien is dat ook de reden waarom zoveel kunstenaars zich hier thuis voelen. Trentemoult heeft niets dat schreeuwt om aandacht. Het fluistert alleen heel overtuigend dat je nog even moet blijven. Houd wel de vertrektijden van de Navibus terug in de gaten (ervaringsdeskudige) anders kan het even duren voordat je terug kunt.
Nantes heeft een bijzonder talent om oude industrieterreinen een tweede leven te geven. Een mooi voorbeeld is het Jardin Extraordinaire. Hier werd ooit graniet uit de groeve gehaald. Nu wandel je er tussen exotische planten, hoge rotswanden en mooie waterpartijen. Midden in het park stort een 25 meter hoge waterval naar beneden. Best bizar want dit is niet omdat de stad die nodig had, maar omdat iemand waarschijnlijk dacht, waarom eigenlijk niet?
Wie liever de kortste route naar boven kiest, kan de lange stalen trap nemen en wordt bovenop beloond met een van de mooiste uitzichten over Nantes en de Loire. Voor waaghalzen loopt er zelfs een Via Ferrata dwars langs de steile rotswand. En alsof dat nog niet genoeg is, steekt aan de rand van het park een uitdagend uitkijkplatform, hoog boven de weg. Het uitzicht is prachtig. Wie last heeft van hoogtevrees kijkt waarschijnlijk liever naar de waterval.
Het park voelt als een plek waar Jules Verne zelf graag had rondgedwaald. Dat is geen toeval want direct naast het Jardin Extraordinaire wordt de komende jaren de Cité des Imaginaires gebouwd met een nieuw Jules Verne Museum.
Na alle futuristische architectuur, kunstwerken en stadsdrukte van Nantes is Château de la Frémoire een plek waar je even kunt bijkomen. Dit fraaie landhuis ligt op nog geen kwartier van het centrum goed verscholen tussen de wijngaarden. Aan de voorkant vind je er een groot terras en een tuin waar de tijd net iets langzamer lijkt te gaan. Hier draait het niet om haast, maar vooral om lekker lunchen met een glas Muscadet en een prachtig uitzicht over de wijnranken. Je proeft er niet alleen de bekendste wijn van deze regio, maar ook ervaar je vrijwel direct de ontspannen levensstijl die daar onlosmakelijk bij hoort. De lat ligt er hoog want de ambitie is om uit te groeien tot een culinaire ambassadeur van de regio Nantes.
In de stad krijg je door de aanwezige kunst en hersenspinsels van Leonardo nauwelijks tijd om te relaxen, je staat letterlijk heel de dag aan. Hier begrijp direct je waarom de inwoners ook zo graag even de stad uit trekken.
Nantes is de geboorteplaats van Jules Verne (schrijver van Reis om de wereld in 80 dagen). De hele stad ademt zijn sfeer uit. En dat maakt het zo bijzonder. Het is de unieke mix van 19e-eeuwse wetenschap, reislust en pure fantasie dat ervoor zorgt dat Nantes ook na je bezoek nog heel lang door je hoofd blijft spoken.
Ja, Nantes is een van de meest verrassende steden van Frankrijk. De stad combineert historische gebouwen met moderne kunst, bijzondere architectuur en creatieve projecten zoals Les Machines de l’Île. Dankzij de vele parken, gezellige terrassen en levendige sfeer kun je je hier moeiteloos drie tot vier dagen vermaken.
Voor een eerste bezoek zijn drie dagen ideaal. Zo heb je voldoende tijd om de belangrijkste bezienswaardigheden te bekijken, de groene wandelroute Le Voyage à Nantes te volgen, een bezoek te brengen aan Les Machines de l’Île en ook de kleurrijke wijk Trentemoult en de omgeving te ontdekken.
Nantes staat bekend als de geboorteplaats van Jules Verne en om Les Machines de l’Île, waar een gigantische mechanische olifant en andere fantasierijke creaties tot leven komen. Daarnaast is de stad geliefd vanwege de vele kunstwerken in de openbare ruimte, het Château des Ducs de Bretagne en de groene stadsparken.
Voor veel bezoekers is dat zonder twijfel Les Machines de l’Île. De twaalf meter hoge mechanische olifant is uitgegroeid tot het symbool van de stad. Daarnaast behoren de Passage Pommeraye, Trentemoult en het Jardin Extraordinaire tot de absolute hoogtepunten.
Nee. Nantes ligt tegenwoordig in de regio Pays de la Loire en in het departement Loire-Atlantique. Historisch was Nantes echter de hoofdstad van Bretagne. Die Bretonse geschiedenis zie je nog altijd terug, bijvoorbeeld in het Château des Ducs de Bretagne.